De geschiedenis van gemeente Castricum

  1. Home
  2. De geschiedenis van gemeente Castricum
Filter

De geschiedenis van gemeente Castricum

Geschiedenis van Castricum en Bakkum

Met betrekking tot de naam Castricum is niets met zekerheid bekend. Vroeger werd de naam ook verschillend geschreven. Soms als Castrichem en Kastrikum. Geschiedschrijvers menen dat de naam van Romeinse oorsprong is. Maar toen in het midden van de vorige eeuw de Gouverneur van Noord-Holland hieromtrent bij de Raad informeerde, kon ook de burgemeester van Castricum geen duidelijkheid verschaffen. Lees meer over de naam en de geschiedenis van gemeente Castricum

Eerste mensen woonden in het duingebied

Onderzoeken hebben aangetoond dat al vanaf de derde eeuw voor Christus in het duingebied mensen hebben gewoond in eenvoudige hutten van leem en twijgen. Ook uit de Romeinse tijd zijn bewoningssporen in de Castricumse bodem aangetroffen. Rond de vierde eeuw trok de bevolking weg door overstromingen als gevolg van de stijging van de zeespiegel. Pas in de zesde, zevende eeuw werden de omstandigheden weer geschikt voor een terugkeer van de bevolking.

Castricum in de Middeleeuwen

In de middeleeuwen groeit het oude Castricum nauwelijks. Het is dan ter hoogte van de tegenwoordige Zeeweg begrensd door het dorp Baccum. In de 12e eeuw wordt de oude Nederlands Hervormde Kerk (vroeger Sint Pancratiuskerk) gebouwd op de plaats waar eerder een houten kapel heeft gestaan.

Vernieling en plundering tijdens de 80-jarige oorlog

Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten en later tijdens de Tachtigjarige Oorlog ontkomt ook Castricum niet aan vernieling en plundering. In 1519 wordt de oude kerk vergroot en reeds in 1584 is er sprake van een schoolmeester in Castricum. Het grondgebied van Bakkum, dat in 1613 van de Graaf van Egmond is overgegaan op de heer Johan van Oldenbarneveldt, werd een Vrije Heerlijkheid genoemd.

Bakkum bij Castricum

In 1749 koopt Nicolaas Geelvinck, ambachtsheer van Castricum, de Heerlijkheid Bakkum. Deze aankoop luidt een tijdperk in waarin Bakkum steeds meer met Castricum wordt verbonden. Tenslotte wordt op 1 januari 1812 bij decreet van Napoleon Bakkum bij Castricum gevoegd.

Slag bij Castricum

In 1799 staat Castricum even in de schijnwerpers van de wereldgeschiedenis. De Engelsen en de Russen hebben grote bezwaren tegen de machtsuitbreiding van Frankrijk na de bezetting van de Bataafse Republiek door de Franse legers. Op 27 augustus landt bij Callantsoog een Engelse troepenmacht, aangevoerd door Sir Ralph Abercrombie. Ook de Russen zetten voet aan wal in Noord-Holland onder aanvoering van Hermann en Jeropsoff. Na een aantal schermutselingen ten noorden van Castricum, vindt de beslissende slag op 6 oktober 1799 plaats op Castricums grondgebied. De slag duurt tot acht uur ´s avonds. Dan is het Engels-Russische leger door de Franse en Bataafse troepen, aangevoerd door Brune en Daendels, verslagen.

Bekijk hier de film over de slag bij Castricum in 1799 “Soldaat Onder Het Zand”

19e eeuw stijging inwoners

Tegen het einde van de 19e eeuw neemt het aantal inwoners vrij snel toe. Oorzaken kunnen gevonden worden in: de opening van de spoorlijn Haarlem-Alkmaar (1876) en de stichting van het provinciaal ziekenhuis Duin en Bosch (1904). Castricum wordt ook een dorp van gepensioneerden en renteniers. De eerste forensen vestigen zich er en het dorp wordt een druk bezocht vakantieoord. Het laatste als gevolg van de aanleg van de Zeeweg (1925) en de opening van het kampeerterrein (1928).  In de Tweede Wereldoorlog wordt door de Duitse bezetters om militaire redenen een groot aantal woningen afgebroken. Een belangrijk deel van de Castricumse bevolking wordt geëvacueerd. Na een eerste periode van wederopbouw begint Castricum in het naoorlogse tijdperk in sneltreinvaart te groeien en wordt een bijna stedelijk forensendorp. De uitbreidingsplannen volgen elkaar razendsnel op en allerlei voorzieningen als bibliotheek, sporthal, zwembad komen tot stand.

Bekijk hier een aantal leuke filmpjes over Castricum en omgeving. Het mooie Castricum door de jaren heen

Bekijk hier de bekende “Oud over Nieuw collectie” van Peter Levi.

Geschiedenis Akersloot

Akersloot heeft een eerbiedwaardige ouderdom. De oudste naam voor Akersloot was Axmericota, wat betekent: ‘eikenbos aan de zee’.

Hoofddorp van Kennemerland

In de jaren 1250 tot 1400 heeft Akersloot de titel ‘het hoofddorp van Kennemerland’ verworven. Limmen was het tweede dorp in aanzien in Kennemerland. In 1276 kregen de Akersloters vanwege de door hen betoonde dapperheid in de strijd tegen de Friezen van graaf Floris V hun rechten en privileges terug. Deze waren door hun vroegere heer, de graaf van Holland, in het begin van de 13e eeuw ontnomen omdat zij tegen hem in opstand kwamen.

Vernielingen tijdens de 80-jarige oorlog

In oktober 1573 werd Akersloot door een vendel wegtrekkende Spanjaarden na het beleg van de stad Alkmaar gebrandmerkt. Verschillende woonhuizen en andere gebouwen werden door brand in de as gelegd. Na de 80-jarige oorlog bloeide de handel en nijverheid op. Zelfs zeevaart en visserij werden door de Akerslootse bevolking bedreven.

Akersloot was lang geïsoleerd

Akersloot heeft tot in de vorige eeuw lang geïsoleerd gelegen. De communicatie met de buitenwereld werd onderhouden door de salonboten van de ‘Alkmaar packet’. Na de de 2e wereldoorlog kwam er geleidelijk een goede busverbinding op gang. Akersloot kreeg een jachthaven. Deze kan nu tot de grotere van het Alkmaardermeer worden gerekend.

Geschiedenis Limmen

Volgens de chronieken werd omstreeks 740 het vervallen kerkje Limbon (waarschijnlijk gesticht door Willibrord of een van zijn volgelingen) herbouwd. Dat maakt Limmen een van de oudste dorpen van Noord-Holland. Het werd daarom in het belangrijkste wegenstelsel opgenomen. Samen met het gegeven dat Limmen ook gunstig was gelegen ten opzichte van de handelsroute te water, groeide het dorp uit tot belangrijk handelscentrum tot aan het einde van de veertiende eeuw.

Welvaart verdween

In de vijftiende eeuw raakte het dorp in verval. De rijkeren trokken naar de steden, waardoor het dorp ontvolkte. Veeteelt en akkerbouw maakten moeilijke tijden door. de abdij van Egmond ging ten onder en uiteindelijk verdween alle resterende welvaart. Drie eeuwen lang, tot aan het begin van de 19e eeuw was van enige ontwikkeling nauwelijks sprake.

Bollencentrum van Noord-Kennemerland

Rond 1860 trad voor Limmen economisch herstel in. Met name dankzij de ontsluiting van Noord-Kennemerland, eerst voor railverkeer, later ook voor het wegverkeer. Dit maakte de opkomst van de Limmer bollenteelt mogelijk. In de periode 1902-1927 groeide Limmen uit tot bollencentrum van Noord-Kennemerland. Daarna nam de werkgelegenheid verder toe en werd tegelijkertijd diverser. Met name de bouwbedrijven en de lichte metaalindustrie zorgden voor arbeidsplaatsen.